De vier tijdsvakken
Grofweg kun je spreken over 4 tijdsvakken tijdens die eerste 100 projectdagen, zodra je weet dat je kunt starten bij een project.
Tijdvak 1:
Je voorbereiding voorafgaand aan de start van je project. Wat staat er exact in de omschrijving van je opdracht en wat is daarin belangrijk? Maak hierin een onderscheid tussen persoonlijke vaardigheden die gevraagd worden en juist de vakinhoudelijke aspecten.
.jpg)
Tijdvak 2:
De eerste maand ontdek je de plek. Probeer zoveel mogelijk collega’s 1:1 te spreken en luister goed wat ze te vertellen hebben. Belangrijk hierbij is niet direct te oordelen. Stel veel open vragen en bouw aan je relatie met de teamleden.
.jpg)
Tijdvak 3:
In de 2e maand kom je eigenlijk uit je hangmat. Na alle gesprekken en vooral luisteren, neem je een actievere houding aan. Maak voor jezelf een plan hoe je jouw werk gaat aanpakken. Geef je ideeën hierbij de ruimte en blijf open vragen stellen aan je collega’s.
.jpg)
Tijdvak 4:
Je gaat nu echt je rol in de praktijk brengen en toont initiatief. Op een positieve manier laat je steeds meer van jezelf zien. Je geeft mensen het vertrouwen dat ze op je kunnen rekenen. Heel belangrijk is en blijft het nieuwe mensen te spreken en ze te vragen waarom juist op die manier dingen doen.
.jpg)